Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 3,32 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 1,99 (6% inclusief btw)
Dit product moet worden goedgekeurd door de apotheker.
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Agranulocytose Leponex kan agranulocytose veroorzaken. De incidentie van agranulocytose en de mortaliteit bij patiënten die een agranulocytose ontwikkelen, zijn sterk gedaald sinds werd gestart met het volgen van het aantal witte bloedcellen (WBC) en het absoluut aantal neutrofielen (ANC). Daarom dienen de volgende voorzorgsmaatregelen te worden nageleefd conform de officiële richtlijnen. Gezien de risico's van een behandeling met Leponex dient het gebruik ervan te worden beperkt tot patiënten bij wie de behandeling geindiceerd is zoals besproken in rubriek 4.1 en: - die voor behandeling een normaal aantal witte bloedcellen hebben (WBC ≥ 3.500/mm3 (3,5x109 /l) en ANC ≥ 2.000 /mm3 (2,0x109 /l) en - bij wie het aantal WBC en neutrofielen (ANC) regelmatig kan worden gemeten: wekelijks de eerste 18 weken en daarna minstens om de 4 weken. De monitoring dient gedurende de hele behandeling te worden voortgezet en gedurende 4 weken na volledige stopzetting van Leponex. Vooraleer een behandeling met clozapine te starten, moet men een bloedonderzoek uitvoeren (zie "agranulocytose"), een anamnese afnemen en een klinisch onderzoek uitvoeren. Patiënten met een voorgeschiedenis van hartziekte of abnormale bevindingen bij klinisch onderzoek van het hart moeten worden verwezen naar een specialist voor verder onderzoek, bv. een ECG. De patiënt mag enkel worden behandeld als de verwachte voordelen duidelijk opwegen tegen de risico's (zie rubriek 4.3). De behandelende arts moet overwegen om voor de behandeling een ecg af te nemen. De voorschrijvende arts dient de vereiste veiligheidsmaatregelen volledig na te leven. Vooraleer de behandeling te starten, moet de arts nagaan of de patiënt voordien geen hematologische bijwerkingen heeft vertoond op clozapine waardoor het geneesmiddel diende te worden stopgezet. Men mag geen medicatie voorschrijven voor een langere periode dan het interval tussen twee bloedonderzoeken. Leponex dient onmiddellijk te worden stopgezet als het aantal WBC lager is dan 3.000/mm3 (3,0x109 /l) of als het aantal neutrofielen (ANC) lager is dan 1.500/mm3 (1,5x109 /l) tijdens behandeling met Leponex. Patiënten bij wie Leponex werd stopgezet wegens een te laag aantal WBC of neutrofielen, mogen geen Leponex meer krijgen. Bij elke raadpleging moeten patiënten die Leponex krijgen, eraan worden herinnerd dat ze onmiddellijk contact op moeten nemen met de behandelend arts als er zich een infectie begint te ontwikkelen. Bijzondere aandacht dient te worden besteed aan griepachtige klachten zoals koorts of keelpijn en aan andere tekenen van infectie, die zouden kunnen wijzen op neutropenie. De patiënten en hun hulpverleners moeten weten dat ze onmiddellijk een bloedonderzoek moeten laten doen als dergelijke symptomen optreden. De voorschrijvende artsen wordt aangeraden een dossier bij te houden van alle bloedresultaten van de patiënt en stappen te ondernemen om te voorkomen dat die patiënten in de toekomst per ongeluk nog Leponex zouden krijgen. Patiënten met een voorgeschiedenis van primaire beenmergstoornissen mogen alleen worden behandeld als de voordelen opwegen tegen het risico. Ze moeten zorgvuldig worden nagekeken door een hematoloog alvorens Leponex te starten. Patiënten met een laag aantal WBC ten gevolge van goedaardige etnische neutropenie vormen een speciale groep en mogen alleen Leponex krijgen na toestemming van een hematoloog. Monitoring van het aantal witte bloedcellen (WBC) en het absoluut aantal neutrofielen (ANC) Het aantal WBC met differentiële formule dient te worden gemeten minder dan 10 dagen voor het starten van Leponex om er zeker van te zijn dat alleen patiënten met een normaal aantal WBC en absoluut aantal neutrofielen (WBC 3.500/mm3 (3,5x109 /l) en neutrofielen 2.000/mm3 (2,0x109 /l)) Leponex zullen krijgen. Na het starten van de behandeling met Leponex moet het aantal WBC en het absoluut aantal neutrofielen (ANC) regelmatig worden gecontroleerd, wekelijks tijdens de eerste 18 weken en daarna om de vier weken. De monitoring dient te worden voortgezet gedurende de hele behandeling en gedurende 4 weken na volledige stopzetting van Leponex of tot hematologisch herstel (zie verder laag aantal WBC/neutrofielen). Bij elke raadpleging moet de patiënt eraan worden herinnerd onmiddellijk contact op te nemen met de behandelende arts als hij een of andere infectie, koorts, keelpijn of andere griepachtige symptomen krijgt. Als er symptomen of tekenen van een infectie optreden, dient meteen een bloedonderzoek te gebeuren voor bepaling van het aantal WBC met differentiële formule. Laag aantal WBC/neutrofielen (ANC) Als het aantal WBC tijdens behandeling met Leponex daalt tot tussen 3.500/mm3 (3,5x109 /l) en 3.000/mm3 (3,0x109 /l) of als het aantal neutrofielen daalt tot tussen 2.000/mm3 (2,0x109 /l) en 1.500/mm3 (1,5x109 /l), dient het bloedbeeld minstens tweemaal per week te worden gecontroleerd tot het aantal WBC en neutrofielen stabiliseert binnen respectievelijk 3.000- 3.500/mm3 (3,0-3,5x109 /l) en 1.500-2.000/mm3 (1,5-2,0x109 /l) of hoger. De behandeling met Leponex dient onmiddellijk te worden stopgezet als het aantal WBC lager is dan 3.000/mm3 (3,0x109 /l) of als het aantal neutrofielen lager is dan 1.500/mm3 (1,5x109 /l) tijdens behandeling met Leponex. Het aantal WBC met differentiële formule dient dan dagelijks te worden bepaald en de patiënten moeten zorgvuldig worden gemonitord op griepachtige symptomen of andere symptomen die suggestief zijn voor een infectie. Het is raadzaam de hematologische waarden te bevestigen door twee dagen na elkaar twee bloedonderzoeken uit te voeren; maar Leponex dient te worden stopgezet na het eerste onderzoek. Na stopzetting van Leponex is een hematologische evaluatie vereist tot hematologische recuperatie.
Tabel 1 Aantal bloedcellen Vereiste actie WBC/mm3 (/l) neutrofielen/mm3 (l) 3.500 ( 3,5x109 ) 2.000 ( 2,0x109 ) Leponex voortzetten Tussen 3.000 en < 3.500 ( 3,0x109 en < 3,5x109 ) Tussen 1.500 en < 2.000 ( 1,5x109 en < 2,0x109 ) Leponex voortzetten, tweemaal per week bloed afnemen tot het aantal bloedcellen stabiliseert of stijgt. < 3.000 (< 3,0x109 ) < 1.500 (< 1,5x109 ) Leponex onmiddellijk stopzetten, dagelijks bloed afnemen tot de hematologische afwijking genezen is, monitoren op infectie. Niet opnieuw Leponex toedienen. Als Leponex werd stopgezet en als het aantal WBC verder daalt tot minder dan 2.000/mm3 (2,0x109 /l) of als het aantal neutrofielen daalt tot minder dan 1.000/mm3 (1,0x109 /l), dient dit probleem te worden gevolgd door een ervaren hematoloog. Stopzetting van de behandeling om hematologische redenen Patiënten bij wie Leponex werd stopgezet wegens een te laag aantal WBC of neutrofielen (zie boven), mogen geen Leponex meer krijgen. De voorschrijvende artsen wordt aangeraden een dossier bij te houden van alle bloedresultaten van de patiënt en de nodige stappen te zetten om te voorkomen dat de patiënt in de toekomst per ongeluk opnieuw Leponex zou krijgen. Stopzetting van de behandeling om andere redenen Bij patiënten die meer dan 18 weken Leponex hebben ingenomen en bij wie de behandeling meer dan 3 dagen maar minder dan 4 weken geleden werd onderbroken, dient het aantal WBC en neutrofielen wekelijks te worden gecontroleerd gedurende 6 weken extra. Als er geen hematologische afwijkingen optreden, is verdere monitoring uiterlijk om de 4 weken aangewezen. Als de behandeling met Leponex langer dan 4 weken werd onderbroken, is wekelijkse monitoring aangewezen gedurende de volgende 18 weken van de behandeling en dient de dosis opnieuw geleidelijk te worden verhoogd (zie rubriek 4.2). Andere voorzorgen Dit geneesmiddel bevat lactosemonohydraat. Patiënten met zeldzame hereditaire problemen van galactose-intolerantie, Lapplactasedeficiëntie of glucose-galactosemalabsorptie mogen dit geneesmiddel niet innemen. Eosinofilie In geval van eosinofilie verdient het aanbeveling Leponex stop te zetten als het aantal eosinofielen hoger is dan 3.000/mm3 (3,0x109 /l); de behandeling mag pas worden hervat als het aantal eosinofielen weer is gedaald tot minder dan 1.000/mm3 (1,0x109 /l). Trombocytopenie In geval van trombocytopenie wordt aangeraden de behandeling met Leponex stop te zetten als het aantal bloedplaatjes daalt tot minder dan 50.000/mm3 (50x109 /l).
Hart- en bloedvataandoeningen Orthostatische hypotensie met of zonder syncope kan optreden tijdens behandeling met Leponex. Zelden betreft het een diepe collaps met hart- en/of ademhalingsstilstand. Dergelijke evenementen treden gemakkelijker op bij gelijktijdig gebruik van benzodiazepines of andere psychotrope farmaca (zie rubriek 4.5) en bij het starten van de behandeling als de dosering te snel wordt verhoogd. In zeer zeldzame gevallen kan dat probleem zelfs optreden na de eerste dosis. Bij het starten van een behandeling met Leponex is dan ook een nauwgezet medisch toezicht aangewezen. Bij patiënten met de ziekte van Parkinson dient de bloeddruk de eerste weken van de behandeling staande en liggende te worden gemeten. Een analyse van de gegevensbanken betreffende de veiligheid laat vermoeden dat Leponex het risico van myocarditis verhoogt vooral, maar niet alleen tijdens de eerste twee maanden van de behandeling. Er zijn fatale gevallen van myocarditis gerapporteerd. Ook werden gevallen van pericarditis/pericarduitstorting en cardiomyopathie gerapporteerd bij gebruik van Leponex, soms met fatale afloop. Er moet worden gedacht aan de mogelijkheid van myocarditis of cardiomyopathie bij patiënten met persisterende tachycardie in rust, vooral de eerste twee maanden van de behandeling, en/of hartkloppingen, ritmestoornissen, pijn in de borstkas en andere tekenen en symptomen van hartfalen (bv. onverklaarde vermoeidheid, dyspneu, tachypneu) of symptomen die doen denken aan een myocardinfarct. Mogelijke andere symptomen die daarbij kunnen optreden, zijn griepachtige symptomen. Bij vermoeden van myocarditis of cardiomyopathie, moet de behandeling met Leponex onmiddellijk worden gestaakt en moet de patiënt meteen naar een cardioloog worden verwezen. Bij patiënten bij wie tijdens de behandeling met Leponex een cardiomyopathie wordt gediagnosticeerd, kan zich mogelijk een mitralisklepinsufficiëntie ontwikkelen. Mitralisklepinsufficiëntie werd gemeld in gevallen waarin cardiomyopathie optrad als gevolg van behandeling met Leponex. In deze gevallen van mitralisklepinsufficiëntie werd een lichte of matige regurgitatie aan de mitralisklep waargenomen op tweedimensionale echocardiografie (2D-echo) (zie rubriek 4.8). Patiënten met myocarditis of cardiomyopathie ten gevolge van clozapine mogen nooit meer Leponex krijgen. Myocardinfarct In de postmarketingbewaking zijn gevallen gerapporteerd van myocardinfarct, waaronder fatale gevallen. In de meeste gevallen was het moeilijk het oorzakelijke verband te evalueren wegens een ernstige vooraf bestaande hartziekte en mogelijke andere oorzaken. Verlenging van het QT-interval Zoals met andere antipsychotica, is voorzichtigheid geboden bij patiënten met een bekende cardiovasculaire aandoening of een familiale voorgeschiedenis van QT-verlenging. Zoals met andere antipsychotica, is voorzichtigheid geboden als clozapine wordt voorgeschreven samen met geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze het QTc-interval verlengen. Cerebrovasculaire bijwerkingen In gerandomiseerde, placebogecontroleerde klinische studies in een demente populatie werd met sommige atypische antipsychotica een ongeveer driemaal hoger risico op cerebrovasculaire bijwerkingen waargenomen. Het mechanisme van dat verhoogde risico is niet bekend. Een hoger risico kan niet worden uitgesloten met andere antipsychotica of in andere patiëntenpopulaties. Voorzichtigheid is geboden bij gebruik van clozapine bij patiënten met risicofactoren van CVA. Risico op trombo-embolie Aangezien Leponex geassocieerd zou kunnen zijn met trombo-embolie, dient immobilisatie van de patiënten te worden vermeden. Er zijn gevallen van veneuze trombo-embolie (VTE) gerapporteerd met antipsychotica. Aangezien patiënten die worden behandeld met antipsychotica vaak verworven risicofactoren van VTE vertonen, moeten alle mogelijke risicofactoren van VTE worden opgespoord voor en tijdens behandeling met Leponex en moeten preventieve maatregelen worden genomen. Epilepsieaanvallen Patiënten met een voorgeschiedenis van epilepsie moeten nauwgezet worden gevolgd tijdens een behandeling met Leponex. Er werden immers dosisgebonden convulsies gerapporteerd. In dat geval dient de dosis te worden verlaagd (zie rubriek 4.2) en zo nodig moet een anti�epilepticum worden gestart. Anticholinerge effecten Leponex heeft een anticholinerge werking die bijwerkingen kan veroorzaken in het hele lichaam. Een nauwgezet toezicht is aangewezen bij patiënten met een vergrote prostaat of een geslotenhoekglaucoom. Waarschijnlijk door zijn anticholinerge eigenschappen kan Leponex aanleiding geven tot stoornissen van de darmperistaltiek, gaande van constipatie tot darmobstructie, fecale impactio, paralytische ileus, megacolon en intestinaal infarct/ischemie (zie rubriek 4.8). Er zijn zeldzame fatale gevallen beschreven. Bijzondere aandacht is aangewezen bij patiënten die nog andere geneesmiddelen krijgen die constipatie kunnen veroorzaken (vooral geneesmiddelen met anticholinerge eigenschappen zoals bepaalde antipsychotica, antidepressiva en antiparkinsonmiddelen) en bij patiënten met een voorgeschiedenis van colonlijden of onderbuikchirurgie aangezien die de situatie kunnen verergeren. Het is levensbelangrijk constipatie te herkennen en actief te behandelen. Koorts Tijdens behandeling met Leponex kunnen patiënten een tijdelijke temperatuurstijging boven 38°C vertonen. De incidentie daarvan is maximaal gedurende de eerste 3 weken van de behandeling. Die koorts is doorgaans goedaardig. Soms kan ze gepaard gaan met een stijging of een daling van het aantal WBC. Patiënten met koorts moeten zorgvuldig worden onderzocht om de mogelijkheid van een onderliggende infectie of de ontwikkeling van agranulocytose uit te sluiten. In geval van hoge koorts moet worden gedacht aan de mogelijkheid van een maligne neurolepticasyndroom (MNS). Als de diagnose van MNS wordt bevestigd, moet Leponex onmiddellijk worden gestaakt en moeten geschikte medische maatregelen worden genomen. Vallen Leponex kan epileptische aanvallen, somnolentie, posturale hypotensie, motorische en sensorische instabiliteit veroorzaken, wat tot vallen kan leiden en dientengevolge tot fracturen en andere letsels. Bij patiënten met ziektes, aandoeningen of medicatie die effecten kunnen versterken, dient een volledige risicobeoordeling voor vallen te worden uitgevoerd wanneer de behandeling met antipsychotica wordt gestart en bij patiënten die op lange termijn met antipsychotica worden behandeld dient die beoordeling bij herhaling plaats te vinden.
Schizofrenie en psychose
Welke stoffen zitten er in dit middel?
De werkzame stof in dit middel is clozapine. Elke tablet bevat 100 mg clozapine.
De andere stoffen in dit middel zijn magnesiumstearaat, watervrij colloïdaal siliciumdioxide, povidon K30, talk, maiszetmeel, lactosemonohydraat.
In tabel 2 wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste medicamenteuze interacties met Leponex. De lijst is niet exhaustief.
Tabel 2: Verwijzing naar de frequentste medicamenteuze interacties met Leponex
Geneesmiddel Interacties Commentaar Geneesmiddelen die het beenmerg onderdrukken (bv. carbamazepine, chlooramfenicol, sulfonamiden (bv. cotrimoxazol), pyrazolonanalegtica (bv. fenylbutazon), penicillamine, cytostatica en langwerkende depotinjecties van antipsychotica Interactie verhoogt het risico en/of de ernst van een beenmergdepressie Leponex mag niet gelijktijdig worden toegediend met andere geneesmiddelen die de beenmergfunctie kunnen onderdrukken (zie rubriek 4.3). Benzodiazepines Gelijktijdig gebruik kan het risico op circulatoire collaps vergroten, wat kan leiden tot hart- en/of ademhalingsstilstand. Het risico is klein, maar toch is voorzichtigheid geboden bij gelijktijdige toediening van deze geneesmiddelen. Rapporten laten uitschijnen dat ademhalingsdepressie en collaps vaker optreden bij het starten van de combinatie of bij toevoeging van Leponex aan een lopende behandeling met een benzodiazepine. Anticholinergica Leponex potentieert de werking van deze geneesmiddelen via een additieve anticholinerge activiteit De patiënten volgen op anticholinerge bijwerkingen, bv. constipatie, vooral bij gebruik om sialorroe te controleren. Antihypertensiva Leponex kan de bloeddrukverlagende effecten van deze geneesmiddelen potentiëren door zijn antisympathicomimetisch e effecten Voorzichtigheid is geboden bij gelijktijdige toediening van Leponex en antihypertensiva. De patiënten dienen te worden ingelicht over het risico op hypotensie, vooral bij de initiële dosisverhoging. Alcohol, MAO-remmers, geneesmiddelen die het CZS onderdrukken, zoals narcotica en benzodiazepines Verhoogde centrale effecten. Additieve depressie van het CZS en interferentie met de cognitieve en motorische functies bij gebruik in combinatie met die stoffen. Voorzichtigheid is geboden bij gelijktijdig gebruik van Leponex en andere geneesmiddelen die inwerken op het CZS. Waarschuw de patiënten voor de mogelijke additieve effecten en raad hen aan niet met de auto te rijden of machines te bedienen. Stoffen die sterk binden aan plasma-eiwitten (bv. warfarine en digoxine) Leponex kan de plasmaconcentraties van deze stoffen verhogen door ze te verdringen De patiënten moeten worden gevolgd op het optreden van bijwerkingen van de stoffen, en de doses van de
Fenytoïne Toevoeging van fenytoïne aan een behandeling met Leponex kan een daling van de plasmaconcentraties van clozapine teweegbrengen. Als fenytoïne moet worden gegeven, moet de patiënt nauwgezet worden gevolgd op een verergering of recidief van psychotische symptomen
Lithium Gelijktijdig gebruik kan het risico van ontwikkeling van een maligne neurolepticasyndroom (MNS) verhogen. Volgen op tekenen en symptomen van MNS.
CYP1A2-inducerende stoffen (bv. omeprazol) Gelijktijdig gebruik kan de plasmaconcentratie van clozapine verlagen Denk aan de mogelijkheid van geringere doeltreffendheid van clozapine.
CYP1A2-remmende substanties bv. fluvoxamine, cafeïne, ciprofloxacine, perazine of hormonale anticonceptiva (CYP1A2, CYP3A4, CYP2C19) Gelijktijdig gebruik kan de clozapinespiegels verhogen Kans op toename van bijwerkingen. Voorzichtigheid is ook geboden na stopzetting van gelijktijdig toegediende CYP1A2- of CYP3A4-remmende geneesmiddelen omdat de clozapinespiegels daardoor kunnen dalen. Het effect van CYP2C19-remming is mogelijk minimaal.
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.
Sommige bijwerkingen kunnen ernstig zijn en vergen onmiddellijke medische aandacht:
Licht uw arts onmiddellijk in voordat u de volgende Leponex 100 mg tablet inneemt als één van de volgende verschijnselen bij u optreedt:
Zeer vaak (treden op bij meer dan 1 op de 10 mensen): - ernstige verstopping. Uw arts zal dat moeten behandelen om verdere complicaties te vermijden. - snelle hartslag.
Vaak (treden op bij tot 1 op de 10 mensen): - tekenen van verkoudheid, koorts, griepachtige symptomen, keelpijn of een andere infectie. Er moet dringend een bloedonderzoek worden verricht om na te gaan of uw symptomen te wijten zijn aan uw geneesmiddel. - epilepsieaanvallen - plotseling flauwvallen of bewustzijnsverlies met spierzwakte (syncope).
Soms (treden op bij tot 1 op de 100 mensen): - een plotselinge stijging van uw lichaamstemperatuur en stijve spieren, wat kan leiden tot bewusteloosheid (maligne neurolepticasyndroom), omdat u misschien een ernstige bijwerking vertoont, die onmiddellijk moet worden behandeld. - ijlhoofdigheid, duizeligheid of flauwvallen, wanneer u overeind komt uit een zittende of liggende houding, waardoor er een hogere kans bestaat op vallen.
Zelden (treden op bij tot 1 op de 1000 mensen): - tekenen van een luchtweginfectie of pneumonie zoals koorts, hoesten, ademhalingsmoeilijkheden en piepende ademhaling - heftige, branderige pijn in de bovenbuik die zich uitbreidt naar de rug en gepaard gaat met misselijkheid en overgeven als gevolg van een alvleesklierontsteking. - flauwvallen en spierzwakte als gevolg van een ernstige daling van de bloeddruk (circulatoire collaps). - moeite met slikken (die kan leiden tot verslikken na voedselinname). - misselijkheid, braken en/of geen eetlust meer hebben. Uw arts zal uw lever moeten controleren. - tekenen van een beginnende of toenemende obesitas. - onderbreking van de ademhaling met of zonder snurken tijdens de slaap.
Zelden (treden op bij tot 1 op de 1000 mensen) of zeer zelden (treden op bij tot 1 op de 10000 mensen): - een snelle en onregelmatige hartslag, ook in rust, hartkloppingen, ademhalingsproblemen, pijn in de borstkas of een onverklaarde vermoeidheid.
Uw arts moet uw hart controleren en u zo nodig onmiddellijk verwijzen naar een cardioloog.
Zeer zelden (treden op bij tot 1 op de 10000 mensen): - een aanhoudende, pijnlijke erectie van de penis, als u een man bent. Dat wordt priapisme genoemd. Als u een erectie hebt die langer dan 4 uur aanhoudt, moet uw arts dat misschien behandelen om verdere complicaties te vermijden. - het spontaan optreden van bloedingen of het spontaan ontstaan van blauwe plekken, wat kan wijzen op een afname van het aantal bloedplaatjes. - symptomen van een bloedsuikerwaarde die niet onder controle is (zoals misselijkheid of overgeven, buikpijn, extreem veel dorst, overmatig vaak moeten plassen, desoriëntatie of verwardheid). - buikpijn, krampen, gezwollen buik, overgeven, verstopping en geen winden kunnen laten, wat kan wijzen op een darmobstructie. - minder eetlust, gezwollen buik, buikpijn, gele verkleuring van de huid, ernstige zwakte en zich algemeen onwel voelen (malaise). Die symptomen kunnen erop wijzen dat u een leverstoornis begint te ontwikkelen die kan uitgroeien tot een fulminante levernecrose. - misselijkheid, overgeven, vermoeidheid en gewichtsafname die symptomen kunnen zijn van een nierontsteking.
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in "Samenstelling" vermelde hulpstoffen.
- Patiënten die niet regelmatig hun bloed kunnen laten onderzoeken.
- Voorgeschiedenis van toxische of idiosyncratische granulocytopenie/agranulocytose (niet te wijten aan vroegere chemotherapie).
- Voorgeschiedenis van agranulocytose op Leponex.
- Een behandeling met Leponex mag niet worden gestart tegelijk met stoffen die agranulocytose kunnen veroorzaken; gelijktijdig gebruik van depot-antipsychotica moet worden ontraden.
- Gestoorde beenmergfunctie.
- Ongecontroleerde epilepsie.
- Alcoholische en andere toxische psychose, geneesmiddelenintoxicatie, toestanden van coma.
- Circulatoire collaps en/of depressie van het CZS ongeacht de oorzaak.
- Ernstige nier- of hartaandoening (bv. myocarditis).
- Actieve leverziekte met nausea, anorexie of geelzucht; progressieve leverziekte, leverfalen.
- Paralytische ileus.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap Er zijn maar beperkte klinische gegevens over blootstelling aan clozapine tijdens de zwangerschap. De resultaten van dieronderzoek duiden niet op directe of indirecte schadelijke effecten wat de zwangerschap, de embryonale/foetale ontwikkeling, de bevalling of de postnatale ontwikkeling betreft (zie rubriek 5.3). Voorzichtigheid is geboden bij het voorschrijven aan zwangere vrouwen. Pasgeborenen die werden blootgesteld aan antipsychotica (waaronder Leponex) tijdens het derde trimester van de zwangerschap, lopen een risico op bijwerkingen zoals extrapiramidale en/of ontwenningssymptomen, waarvan de ernst en de duur na de bevalling kunnen variëren. Er zijn gevallen gerapporteerd van agitatie, hypertonie, hypotonie, tremor, slaperigheid, respiratoire distress en voedingsstoornis. Pasgeborenen moeten dan ook zorgvuldig worden gemonitord. Borstvoeding Experimenteel onderzoek bij dieren wijst uit dat clozapine in de moedermelk wordt uitgescheiden en een effect heeft op de zogende jongen. Moeders die met Leponex worden behandeld, mogen dan ook geen borstvoeding geven. Vruchtbaarheid De beperkte gegevens die beschikbaar zijn over de effecten van clozapine op de vruchtbaarheid van mensen geven geen uitsluitsel. Bij mannetjes- en vrouwtjesratten had clozapine geen nadelig effect op de vruchtbaarheid wanneer het werd toegediend in een dosering tot 40 mg/kg, wat overeenkomt met een equivalente dosis bij mensen van 6,4 mg/kg, of ongeveer een derde van de aanbevolen maximale dosering voor mensen. Vrouwen van vruchtbare leeftijd Bij overschakeling van andere antipsychotica op Leponex kan de menstruele cyclus weer normaal worden. Bij vrouwen van vruchtbare leeftijd dient dan ook te worden gezorgd voor een doeltreffend voorbehoedmiddel.
Therapieresistente schizofrenie
Psychotische stoornissen bij Parkinson
Toedieningswijze
| CNK | 1152446 |
|---|---|
| Organisaties | Viatris |
| Merken | Viatris |
| Breedte | 48 mm |
| Lengte | 106 mm |
| Diepte | 25 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 30 |
| Actieve ingrediënten | clozapine |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |